Tram geschiedenis

Tram geschiedenis

Remise Delfshaven

De Isaac Hubertstraat loopt grofweg in west-oostrichting tussen de Linker Rottekade en de Crooswijkse Weg en kent ongeveer halverwege een verzet van (geschat) 25 m naar links.

Het RTM/RETM/RET werkplaatscomplex bevond zich precies rond dit verzet, wat niet handig was met rangeren, maar gelukkig kende de I.H. weinig verkeer in die jaren.

De RTM paardentramremise annex werkplaats dateerde van maart 1879, waarbij de remise in de hartlijn van het westelijk gedeelte van de I.H. lag (Zon-25boven). Ook het kantoorgebouw dateert uit die tijd. Het kantoorgebouw had oorspronkelijk het postadres I.H. 88, later 92.

Het CW complex werd bereikt met een enkelsporige verbinding vanaf de Linker Rottekade (lijnen 10 en 15), waar zich ook 2 overloopwissels bevonden. Kenmerkend voor dit gedeelte van de I.H. was aan de zuidzijde de massieve muur (met enkele boogramen) van de Heineken brouwerij welke het gehele terrein tussen I.H. en Crooswijkse Singel besloeg (het stonk er dan ook altijd naar hop en mout!).

In de remise waren koplatten gebruikt om kozijnen af te werken. Bij het afwerken van kozijnen moet men meestal lastige hoeken of kieren afdichten. Dit kan worden opgelost door architraven te gebruiken. Deze kunnen door de meeste bedrijven geleverd worden in standaard maten, maar kunnen ook in ieder gewenst profiel worden gemaakt.

Ter hoogte van het kantoor takten naar links 6 sporen af naar de CW; tussen deze 2 bundels van 3 stond een hek met een rood-wit bord wat van het oosten komend verkeer waarschuwde om naar links te zwenken. Boven dit hek bevond zich in de muur van de CW een klok. De dubbelpolige bovenleiding voor de trolleybus hing alleen als testtraject in de I.H. zelf, bij passage van trams werd deze uiteraard uitgeschakeld en dit alles alleen in 1944/5. Na de oorlog was die dubbelpolige bovenleiding snel weg.

Het werkplaatsgebouw was vrij diep met achteraan een L-vormig aanhangsel naar links, tot aan de H. de Keyserstraat; daar was de draaistelrevisie en de elektricienwerkplaats. Op ca 2/3 van de lengte bevond zich een handbediende traverse, waar (hoe vreemd het ook klinkt) een vierasser net op paste. Rechts van dit alles waren nog een afgeschoten wagenmakerij plus houtbewerking en een schilderswerkplaats; deze waren alleen via de traverse en niet via de straat te bereiken.

De oude paardentramremise (toen reeds grotendeels magazijn) brandde af op 29 april 1935; boven de laatstgenoemde foto is de oude situatie te zien met rechts een oud magazijngebouw, wat reeds voor 1935 door een nieuw vervangen was. Tussen de twee witte paaltjes leidde een spoor rechtsaf voor vervoer van bovenleiding- en W+W materialen; dit spoor mocht niet door vierassers worden bereden vanwege de extreem krappe bogen. De oude paardentramremise kende oorspronkelijk 4 sporen, maar daarvan waren reeds in de twintiger jaren de rechtse twee verwijderd.

Na 1960 is het gebied rond de I.H. door het verdwijnen van de RET en de Heineken brouwerij zeer grondig veranderd.

Reeds vanaf de oprichting was de RTM in het bezit van de Remise en stallen aan de Isaäc Hubertstraat, plaats biedend aan 36 rijtuigen en 70 paarden. Aan de Stationsweg nabij station DP waren eveneens stallen in gebruik welke echter in april 1882 dienden te worden ontruimd. Aangezien de maatschappij echter grote behoefte heeft aan flinke stallingruimte, een overeenkomst met de spoorwegmaatschappij gesloten, teneinde een terrein te huren van 1080m² waarop een stalling werd gebouwd voor 80 paarden en een remise voor 12 rijtuigen. Voorwaar een flinke ruimte waar ook een modern transportbedrijf niet zou misstaan.

Aan het toenmalige gemeentebestuur van Delfshaven werd een terrein aan de Nieuwe Binnenweg in gebruik gevraagd, waarvan de RTM door aankoop eigenares werd. De oppervlakte besloeg ruim 2000m² voor de prijs van nog geen 7000 gulden. De plannen voor de bouw werden spoedig uitgevoerd, zodat reeds in december 1881 de nieuwe remise, bestaande uit een locomotief- rijtuigloods, werkplaats, smederij en magazijn, in gebruik genomen kon worden. In 1885 werd de remise uitgebreid met een ijzerenrijtuigloods, waarin de schilderswerkplaats werd ondergebracht.

Aan de Oostzeedijk bevond zich tenslotte nog een grote remise, waarin 38 rijtuigen konden worden ondergebracht en onderdak was voor 98 paarden.
Nog voor het einde van de 19e eeuw zich aankondigt, in 1897, wordt de huur van het terrein bij het station DP, waar remise en stallen sedert 1892 hun plaats hadden gevonden, opgezegd. Er moet plaats gemaakt worden voor het bouwen van bureau en magazijn ten behoeve van de postpakkettendienst. Aan de zijkant was een ruime fietsenstalling waar de werknemers hun fietsen kwijt konden.

Een nieuw terrein wordt nu aangekocht tussen Schiekade en Molenwaterweg en de bouw van de nieuwe stal en remise wordt groot opgezet. Als op 7 mei 1897 de gebouwen in gebruik kunnen worden genomen, biedt de nieuwe stal plaats aan 186 paarden en ken de remise 26 tramrijtuigen bergen. Ruim 60 jaar zal de Rotterdamse tram gebruik maken van de remise Schiekade.