100 Jaar elektrische tram
100 Jaar geleden begon het voor Rotterdam, om precies te zijn 18 september 1905. Hoe begon het nu allemaal?
Nadat door de gemeenteraad van Rotterdam een goedkeurig was gegeven voor elektrische tractie op het Rotterdamse tramnet, werd de Rotterdamse Tramweg Maatschappij aanvaard en op 7 april werd de Rotterdamse Elektrische Tramweg Maatschappij opgericht. Dat hield tevens in dat het gehele wagenpark voor de RETM beschikbaar was. Omdat er gelijk een uitbreiding kwam werd het wagenpark nog iets verder uitgebreid met afdankertjes van Antwerpen (nos. 204-210 of 211).
Op 1 augustus 1904 begon men met de verbouwing van het paardentramnet tot elektrisch net, wat nog al wat arbeid in de stad teweeg bracht. Omdat het paardennet niet geschikt was om met elektrisch materieel te berijden moest er nogal wat veranderen aan het net. De bogen moesten ruimer gemaakt worden, het profiel van vrije ruimte moest groter gemaakt worden waardoor er veel dempingen van grachten plaats vond. De smalle lange brug over de Rotte bij het Stroveer werd een brede overkluizing. De Soetenbrug bij de Vischmarkt verdween en werd een pleinachtige overkluizing met scheepvaartduiker langs de Leuvehaven W.Z. gebouwd ter verkrijging van een betere tramverbinding met de Schiedamschedijk en het Hogendorpseplein.
De gebrekkige Oppertbrug was door een basculebrug vervangen, omdat hierover aanvankelijk de tramroute van een gehele lijn was ontworpen. Men kende toen nog geen zorgen over het "Hofpleinvraagstuk" en het had helemaal niet in de bedoeling gelegen een tram via de Kaasmarkt en langs het Oude Stadhuis naar de Gedempte Botersloot te laten rijden. Over de nieuwe Oppertbrug heeft nooit een tram gereden. De lastigste trampuzzle van die tijd was: de verbinding van het Westnieuwland over het Moriaansplein naar de Kaasmarkt. De paardentram schrok niet van al dat water en had steeds de gemoedelijke omweg langs de vermaarde Erasmus gemaakt op weg naar of komende van het Beursplein. De RETM wilde daar niets van weten en eiste voor haar elektrische tram een speciale brug langs het viaduct. De directeur van Gemeentewerken liet geen tramviaduct bouwen maar dempte al het water tot aan de Hoofdsteeg. De RETM was natuurlijk erg blij, maar de hol van de Moriaanstraat en het "sleufje" Lamsteeg bleven toch nog tientallen jaren overlast aan het trambedrijf bezorgen. Overigens ging alles in de stad nogal soepel en werd er in de jaren t/m 1906 hard aan de uitvoering van het tramnet gewerkt.
De eerste mijlpaal was op 7 april 1905 toen was de eerste lijn volledig omgebouwd. Een tweede mijlpaal was de dag van 5 augustus 1905 toen de eerste elektrische motorwagen in de stad verscheen. Op donderdag 24 augustus 1905 werd proef gereden. Binnen enkele weken volgde op maandag 18 september de officiƫle feestelijke opening van lijn 1 (Honingerdijk-Beursplein-Park) voor genodigden, en een dag later voor het publiek.
Van 14 oktober tot 5 december 1905 nam men de Willemsbrug onder handen, gedurende welke periode de tram werd ingekort tot de Boompjes. Lagen de rails, altijd al, in het midden van de brug, al spoedig lagen ze aan de zijkant, een situatie die bij de elektrificatie zo bleef om enkele jaren later toch weer in het midden van de rijbaan gelegd te worden.